Anti-islam-film: Europese Commissie wijst beschuldiging van door de knieën gaan van de hand
Overgenomen van E.J. Bron
De Europese Commissie heeft haar president José Manuel Barroso tegen de beschuldiging verdedigd religieuze gevoeligheden met wezenlijk meer betrokkenheid te beschermen dan het recht op vrije meningsuiting. Gezien de jongste golf van protest in islamitische landen vanwege een omstreden film over de profeet Mohammed zei een woordvoerder van de Brusselse autoriteit vrijdag: “Wij verdedigen altijd vastberaden de vrijheid van meningsuiting, maar we denken, dat zulke elementen niets met de vrijheid van meningsuiting te maken hebben.”
Barrosso had donderdag tijdens een ontmoeting met de Egyptische president Morsi de aanvallen op Amerikaanse instellingen weliswaar eerst veroordeeld, daarna echter gezegd: “Vrijheid van meningsuiting zou niet verwisseld moeten worden met de verbreiding van haat, intolerantie en vooroordelen.” Critici beoordeelden dit als een door de knieën gaan tegenover gewelddadige fundamentalisten.
Op de vraag van een journalist of de vrijheid van meningsuiting niet ook het recht zou inhouden om “domme, beledigende en artistiek slechte films te produceren, die religies of religieuze leiders belachelijk maken”, verwees woordvoerder Olivier Bailly van Barroso naar het citaat van die dag daarvoor: “Ik denk, dat men uit deze zin kan afleiden waar hij de grens getrokken heeft tussen datgene wat acceptabel is – en wat niet”. Wat betreft de film maakte hij duidelijk: “Deze vorm van uitdrukkingswijze is inderdaad een probleem en zou als verbreiding van haat, intolerantie en vooroordelen kunnen worden opgevat”.
Of Barroso de film gezien zijn duidelijke mening erover überhaupt helemaal, slechts gedeeltelijk of misschien wel helemaal niet gezien zou hebben, werd daarna aan Bailly gevraagd. Zijn antwoord: “Ik weet niet of hij de hele film of alleen maar gedeeltes gezien heeft.”
Een in het spel gebrachte vergelijking met het van de kant van de EU onevenredig kritisch becommentarieerde vonnis tegen de leden van de Russische Punkband Pussy Riot, die na een regeringskritisch – en door veel Russisch-orthodoxe gelovigen als godslastering gevoelde – optreden in een kerk in Moskou tot een kampstraf werden veroordeeld, weerde Bailly af: “hoe zou men deze beide dingen met elkaar kunnen vergelijken? Ze hebben niets met elkaar gemeen.” Het optreden van de band in een kerk zou per slot van rekening geen haat, intolerantie of vooroordelen verbreid hebben, maar zou “een uitdrukking van cultuur en zang” geweest zijn.
Bron:
Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
Sorry, the comment form is closed at this time.





